Statler en Waldorf in ons hoofd

statlerwaldorf

Wanneer je een laptop wilt kopen en in de winkel staat, gaan er in het brein allerlei modules aan het werk. Vanuit de hippocampus ploppen er wat subjectieve en selectieve herinneringen op over de laptop die je collega op het werk had waar zij zo tevreden over was, de nucleus caudatus probeert de laptop op waarde te schatten, je voelt de pijn in je portemonnee middels activiteit in de insula, vanuit de amygdala ontstaat wat angst over of dit wel de juiste laptop is en of je er geen spijt van zult krijgen. Maar omdat de nucleus accumbens, je beloningssysteem, uiteindelijk de grootste activiteit vertoont, ontstaat in het brein de keuze om de laptop wel aan te schaffen. Pas na al dat gestoei tussen de modules in je brein, rolt de uitslag jouw bewustzijn in en jij redeneert: ‘Ik koop deze laptop’. Zo lijkt het of het jouw keuze is en omdat de verhalenmaker vervolgens ook nog eens met allerlei verklaringen op de proppen komt over hoe en waarom je de laptop hebt gekocht, ontstaat er echt het idee dat je een rationele weloverwogen keuze hebt gemaakt.

Je kunt ons bewustzijn ook vergelijken met een verslaggever van een voetbalwedstrijd. Hij levert negentig minuten lang commentaar op de wedstrijd en probeert continu te verklaren waarom iets gebeurt. Waarom de bal uitgaat, waarom het buitenspel is, waarom er gescoord wordt en waarom een speler een gele kaart krijgt. Daarbij is de verslaggever heel partijdig en praat hij al het gedrag van zijn team continu goed. Alleen is deze verslaggever niet zo slim, hij denkt namelijk dat de wedstrijd plaatsvindt dankzij zijn commentaar. Zo werkt ons bewustzijn ook. In mijn vorige boeken noemde ik de verslaggever of verhalenmaker ook wel de Muppets Statler en Waldorf in ons hoofd. Die twee oude mannetjes op het balkon hadden geen enkele invloed op de voorstelling, maar zaten wel continu commentaar te leveren. Zo zijn er vele namen voor de stemmetjes in ons hoofd, de ‘bla bla mind’, de ‘Mart Smeets in je hoofd’ en ‘het engeltje en het duiveltje op je schouder’ die vaak in tekenfilms worden gebruikt. De verslaggever produceert dagelijks tussen de 30.000 en 60.000 gedachten, allemaal verhaaltjes achteraf of hoe en waarom dingen gaan zoals ze gaan. Aangezien zo’n 95% van al onze gedachten een soort ruis is, verkrampen we op het moment dat de gedachten worden geloofd. De verhalenmaker komt op de proppen met allerlei angstgedachten, projecties en aannames waardoor er al snel stress en verkramping ontstaat. Het doorzien van de ruis in ons hoofd kan zorgen voor ontspanning, meer verbinding en meer creativiteit.