Je hebt een ego, maar bent niet het ego

ego

Binnen de spirituele wereld zijn er stromingen waarbij het de intentie is om van je ego af te komen. Dat is een leuk streven, maar zelfbewustzijn is in de loop van de evolutie niet voor niets ontstaan. Zonder ego is het verdomd lastig functioneren en mensen met een depersonalisatiestoornis zullen dat kunnen bevestigen. Bevrijding ontstaat niet door van dat ego af te komen, maar door te doorzien dat je een ego hebt in plaats van dat je het bent. Ons zelfbesef is heel handig in het dagelijks leven. Als je van iemand houdt zeg je: ‘IK hou van jou,’ en niet: ‘Dit lichaam houdt van dat lichaam’. Als je in de spiegel kijkt is het handig dat je weet dat jij dat bent, anders zou je iedere ochtend vol verbazing in de spiegel kijken en je afvragen: ‘Wie is die vage gast nou weer en wat doet ‘ie in de badkamer?’ Je hebt een ego, maar je bent niet het ego.

Waar nondualiteit naar verwijst is dat ‘IK’ een gevoel en gedachte is die in ons ontstaat. Dus het idee dat je iemand bent, is echt maar een idee. Wel een leuk en functioneel idee, maar niet meer dan dat. Er is niemand! Alles is één energie-in-beweging, de wind waait, de regen valt, de boom groeit, de planeet draait en de mens praat en handelt. Het gaat allemaal vanzelf. In je diepste slaap staan de IK-gevoelens en IK-gedachten uit. Op dat moment is er niet langer het besef een individu te zijn. En toch gaat alles moeiteloos verder, je hart klopt, je bloed stroomt, je haalt adem, je beweegt, wondjes genezen, je haar groeit en je spijsvertering doet z’n werk. En daar ben ‘jij’ helemaal niet bij nodig.

Een mens wordt aangestuurd door het brein dat alles doet en daarna word je je pas bewust van een gedachte, gevoel of handeling. Ons zelfbewustzijn maakt daarbij dat onze dagelijkse beleving plaatsvindt vanuit een IK. Zoals gezegd heeft een hond geen zelfbewustzijn zoals wij dat hebben. Stel dat een hond een kat ziet. Instinctief rent de hond achter de kat aan waarna de kat in de boom klimt. De hond heeft het besef van de kat en de boom en van de gebeurtenis, maar ziet zichzelf niet in de derde persoon als onderdeel van de gebeurtenis. Daarnaast zal hij nu hij de kat niet te pakken heeft gekregen, niet nog urenlang piekerend in zijn mand liggen en zich afvragen waarom hém dit nu weer overkomt en wat andere honden er wel niet van zullen denken dat hij niet eens een kat kan vangen. De hond gaat vervolgens ook geen chocola eten, schoenen kopen of vrienden bellen om van zijn rotgevoel af te komen. Wanneer een mens een kat in zijn tuin ziet en ‘m weg wil jagen, dan zorgt ons zelfbewustzijn ervoor dat we onszelf zien als onderdeel van de situatie. ‘Ik joeg de kat weg’, redeneren we dan. Maar die redenering is niet meer dan een verhaaltje, een goocheltruc van het brein.